Op 19 juli 1908 werd in de Rotterdamse wijk Feijenoord een nieuwe voetbalvereniging opgericht onder de naam Wilhelmina. De oprichting vond plaats in een periode waarin voetbal steeds populairder werd en in Rotterdam tal van kleine voetbalclubs ontstonden.
Volgens de overlevering werd de vereniging opgericht in café De Keyzer, officieel bekend als De Vereeniging, op de hoek van de Persoonshaven en de Damstraat. Het café was gevestigd aan de Persoonshaven westzijde 5-9 en werd uitgebaat door Jacobus (Jaap) Keizer (1874–1932).
Tijdens het biljarten
Een groep jonge voetballiefhebbers was in het café aan het biljarten en raakte in gesprek over het oprichten van een eigen club. Zij voetbalden regelmatig op het plein voor de Wilhelminakerk aan de Oranjeboomstraat, maar wilden voortaan in verenigingsverband spelen. Volgens Kees van Baaren werden de biljartkeus opzijgelegd en namen de aanwezigen plaats aan een tafeltje om de plannen te bespreken.
Tijdens deze bijeenkomst werd besloten een vereniging op te richten en een bestuur samen te stellen. Gerard van Leerdam werd gekozen tot eerste voorzitter en Kees van Baaren werd aanvoerder. Ook werd een eerste elftal samengesteld. De vereniging kreeg de naam Wilhelmina, een verwijzing naar de nabijgelegen Wilhelminakerk.
Verwarring
Over de identiteit van de vier oorspronkelijke initiatiefnemers bestaan verschillende lezingen. In het Gedenkboek uit 1933 werden Alouisius (Louis) den Hertog, Gerardus Dirk (Gerard) van Leerdam, Cornelis (Kees) van Baaren en Hendrikus (Henk) Mulder als oprichters genoemd. 'Deze heeren nodigden verscheidene spelers en kennissen uit tot een vergadering, waarin het pleit spoedig beslecht was. Het was de 19e juli 1908'.
Van Baaren noemde in een interview uit 1970 echter Gerard van Leerdam, Henk Mulder, Jan van Bladel en zichzelf. In een interview uit 1971 werd ook Nicolaas ('Niek') Struijs genoemd, in plaats van Louis den Hertog en Jan van Bladel.
De precieze omstandigheden van de oprichting zijn niet volledig bekend, omdat officiële notulen ontbreken. In 1918 schreef clubbladredacteur Jan van Bennekom dat de vereniging onder weinig formele omstandigheden was ontstaan, mogelijk bij het licht van een winkelraam of een lantaarn.
Reconstructie
Bij de voorbereiding van het 25-jarig jubileum in 1933 probeerde redacteur Bert Heesakker de beginjaren te reconstrueren. Omdat hij zelf in 1895 was geboren, had hij deze periode niet bewust meegemaakt. Hij nodigde daarom verschillende oud-leden uit voor een bijeenkomst in grand café Suisse aan het Beursplein. Onder hen bevonden zich Kees van Baaren, Piet van Bennekom, Gerard van Leerdam, Henk Levasier en Gerard Muller. Hun herinneringen vormden een belangrijke basis voor de geschiedschrijving.
Van Baaren vertelde zijn verhaal opnieuw bij het 50-jarig bestaan in 1958 en in interviews uit 1968, 1970 en 1971. Hoewel zijn verklaringen op onderdelen verschilden, bleef de kern gelijk: enkele jonge voetballiefhebbers besloten een eigen vereniging op te richten en gingen vervolgens in de omgeving op zoek naar nieuwe leden.
Volgens Gerard Muller vormden de Olympische Spelen van 1908 in Londen en de voorafgaande oefenwedstrijden van het Nederlands elftal een belangrijke stimulans. Op 26 april 1908 verloor Nederland in Rotterdam met 3–1 van België, terwijl op 10 mei Frankrijk met 4–1 werd verslagen. Beide wedstrijden vonden plaats op het nieuwe terrein van Sparta aan de Prinsenlaan in Crooswijk en droegen bij aan de groeiende belangstelling voor voetbal.
Ondanks de verschillen tussen de historische getuigenissen wordt 19 juli 1908 algemeen aangehouden als de officiële oprichtingsdatum.
Het eerste elftal:
Hoewel er dus niet extreem veel details bekend zijn weten we één ding zeker, het eerst elftal in de geschiedenis van Feyenoord bestond uit de volgende jongens:
Doelman: Kees van Baaren
Verdedigers: Barend Noorland en Albert Edsen
Middenvelders: Gerard van Leerdam, Piet Broeijer en Arie van Krimpen
Aanvallers: Nico Struijs, Gerard Muller, Jan van Ouwerkerk, Piet van Bennekom en Mees Weber
Naamgeving
Volgens Kees van Baaren bestond er aanvankelijk geen volledige overeenstemming over de naam. Tijdens een volgende vergadering werden verschillende alternatieven besproken, waaronder Minerva, Mars, Achilles, Olympia, Steeds Stoerder en Always Ready. Uiteindelijk bleef de oorspronkelijke naam Wilhelmina behouden.
Het bestuur
Het eerste bestuur bestond uit Gerard van Leerdam als voorzitter, Jan van Bladel als secretaris en Nico Struijs als penningmeester. Kees van Baaren en Henk Mulder werden aangesteld als commissarissen. De meeste bestuursleden waren tevens actief als voetballer.
Van Jan van Bladel is bekend dat hij niet als speler uitkwam, terwijl onduidelijk is of Henk Mulder daadwerkelijk wedstrijden speelde. Volgens Phida Wolff was het voorzitterschap van Van Leerdam een logisch gevolg van zijn rol bij het initiatief tot oprichting. Van Baaren herinnerde zich echter dat hij zelf na een partijtje voetbal had voorgesteld om een vereniging op te richten.
Voetbalmaterialen
In de beginperiode beschikten de leden over weinig financiële middelen. Volgens herinneringen die in het Gedenkboek van 1933 werden vastgelegd, konden zij zich aanvankelijk geen echte voetbal veroorloven. In plaats daarvan gebruikten zij oude kranten, samengeperst en omwikkeld met stevig papier en touw. Het benodigde materiaal werd onder meer gekocht bij de winkel van Dirkje Lans in de Steven Hoogendijkstraat.
Voor de aanschaf van een clubtenue wendden de leden zich volgens de overlevering tot Cornelis (Kees) Dekkers, een Rotterdamse handelaar in schoenen en sportartikelen. Zijn winkel was aanvankelijk gevestigd aan de Oppert 18 en verhuisde later naar de Gedempte Botersloot 11. Het eerste tenue bestond uit een rood shirt met blauwe mouwen en een witte broek.
Volgens Gerard Muller vertelde Dekkers dat deze kleuren afkomstig waren van een Engelse beroepsclub. Muller vermoedde later dat hiermee West Ham United werd bedoeld, maar hiervoor bestaat geen sluitend bewijs. Ook de precieze betrokkenheid van Dekkers bij de oorspronkelijke tenuekeuze is onzeker, aangezien bronnen over zijn winkel erop wijzen dat hij mogelijk pas na de oprichting met de verkoop van sportartikelen begon.
De Put
Na de oprichting besloten de leden hun voetbalactiviteiten te verplaatsen naar de omgeving van het Afrikaanderplein. Het plein aan de Oranjeboomstraat was onvoldoende geschikt voor het spelen van georganiseerde wedstrijden. De nieuwe speellocatie stond bekend als De Put en bevond zich aan de westzijde van de Hilledijk, nabij de Paul Krugerstraat. Het terrein bestond uit een lagergelegen stuk grond dat geleidelijk was drooggevallen. Aan de overzijde van de Hilledijk, op nummer 66, lag café In de Put, dat werd geëxploiteerd door Willem Coenen.
De inrichting van het speelveld vergde veel inspanning van de leden. Zij waren zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van de doelpalen, het onderhouden van het terrein en het aanbrengen van de veldlijnen. Aanvankelijk gebeurde dit met behulp van een kwast en een emmer kalk. Later werden ook andere hulpmiddelen gebruikt, waaronder een kalkwagentje. De benodigde kalk werd regelmatig betrokken van bouwplaatsen in de omgeving, waar door de uitbreiding van de Afrikaanderwijk volop werd gebouwd.
Ook het verkrijgen van doelpalen vormde een uitdaging. Kees van Baaren vertelde later dat zijn vader, die een timmerwerkplaats bezat, voor het benodigde hout had gezorgd. Uit historisch onderzoek bleek echter dat zijn vader al op 27 maart 1908 was overleden. Mogelijk verwarde Van Baaren deze herinnering met zijn eerdere betrokkenheid bij de Feyenoordsche Football Club (FFC), waarvan hij in 1906 voorzitter was geweest. Deze vereniging had eveneens op het Afrikaanderplein gespeeld en beschikte over houten doelpalen.
Kleedruimte
Als eerste kleedgelegenheid werd gebruikgemaakt van een ruimte bij een snoepwinkel. Volgens verschillende herinneringen bevond deze zich aan de Paul Krugerstraat 73b, bij De Kleine Concurrent, de winkel van Bernardus Jacobus van Tricht. Andere verklaringen verwezen naar een snoepwinkel aan de Bloemfonteinstraat. De omstandigheden waren eenvoudig: de ruimte was donker, werd verlicht met een petroleum- of kaarslamp en beschikte slechts over enkele planken en spijkers voor het opbergen van kleding.
Eerste wedstrijden
De vereniging sloot zich aanvankelijk niet aan bij een landelijke of plaatselijke voetbalbond. Alle wedstrijden hadden daardoor een vriendschappelijk karakter. Een van de eerste tegenstanders was Be Quick uit de toenmalige Boschpolder, een vereniging die enkele maanden eerder was opgericht. Volgens Gerard Muller werd de eerste wedstrijd tegen Be Quick met 2–1 gewonnen. Hiervoor was echter tweeënhalf uur speeltijd nodig, omdat de wedstrijd moest worden verlengd. Aan de overwinning was een medaille verbonden, die beschikbaar was gesteld door een ijsverkoper genaamd Kees. Na deze overwinning volgden meerdere wedstrijden en groeide de belangstelling voor de vereniging.
In het eerste bestaansjaar werd volgens latere herinneringen onder meer gespeeld tegen Volharding, Vitesse en D.V.O. De wedstrijden vonden plaats op verschillende terreinen in Rotterdam, waaronder een veld bij de Ruilstraat. De vereniging ontwikkelde zich daarmee geleidelijk van een kleine groep voetballende jongeren tot een georganiseerde voetbalclub.
Bronnen
J.D. van Bennekom, Officieel Orgaan van de R.V.V. Feijenoord, 1 augustus 1918, 2e jaargang, nr. 3, p. 1.
L.A. Heesakker en Joh. M. Weber (red.), Gedenkboek 1908–1933, uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de R.V. en A.V. Feijenoord, 1933, pp. 22–26.
G.A. Muller, in: Gedenkboek 1908–1933, p. 369.
J.F. Dettingmeijer jr., in: Gedenkboek 1908–1933, pp. 415–416.
C. Rietveld, in: Gedenkboek 1908–1933, p. 370.
J. van Leerdam, in: Gedenkboek 1908–1933, p. 377.
L. Bertram, in: Gedenkboek 1908–1933, p. 406.
F.J. Prause jr., in: Gedenkboek 1908–1933, p. 383.
De Feijenoorder, juli 1932. Verslag van Bert Heesakker over zijn onderzoek naar de beginjaren.
Kees van Baaren, Het Rotterdamsch Parool, 12 juni 1958, p. 7.
Kees van Baaren, Faaienoord, 4 augustus 1968.
Kees van Baaren, interview door Ton Schoordijk, Algemeen Dagblad, 1970.
Phida Wolff, Geen woorden maar daden, 1971, pp. 19, 23–25.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 1963. Terugblik op de oprichting.
Jaarverslag Nederlandsche Voetbal-Bond, bondsjaar 1908/1909, pp. 4–5.
De Feijenoorder, juli 1938, 22e jaargang, nr. 7, p. 161.
Sportrevue 't Stadion, 13 september 1921, p. 116.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 20 juli 1908, III, p. 3.
Gemeentearchief Rotterdam, archiefstukken betreffende voetbalverenigingen en speelterreinen, GAR NSA AZ 444.01.
Feyenoord, Historie, officiële clubgeschiedenis,feyenoord.com
.