In september 1921 maakte voetballer Gerrit Hulsman de overstap van Go Ahead uit Deventer naar Feyenoord. De overgang leidde tot een conflict tussen beide verenigingen, waarbij vragen ontstonden over de amateurbepalingen van de Nederlandse Voetbalbond (NVB). Na onderzoek kreeg Hulsman toestemming om voor Feyenoord uit te komen.
Een onverwachte versterking
Op 17 september 1921 meldde Het Vaderland dat Hulsman het volgende seizoen voor Feyenoord zou spelen. Dat nieuws kwam onverwacht. Begin augustus was nog sprake geweest van een mogelijke overgang naar NAC uit Breda. Hulsman had met die vereniging zelfs een reis naar Praag gemaakt.
Voor zijn overstap naar Feyenoord had Hulsman dispensatie van de NVB nodig. De afhandeling daarvan duurde enige tijd. In oktober 1921 berichtte het officiële cluborgaan van Feyenoord dat de dispensatie inmiddels was verleend.
Beschuldigingen rond de overgang
De komst van Hulsman veroorzaakte onenigheid tussen Feyenoord en Go Ahead. Volgens Feyenoord waren er berichten verspreid waarin werd gesuggereerd dat de club Hulsman op ongeoorloofde wijze had proberen over te halen.
Feyenoord ontkende deze beschuldigingen. In het cluborgaan stelde de vereniging dat Hulsman zich geheel vrijwillig had aangemeld. Volgens de Rotterdamse club had een officieel onderzoek dit bevestigd.
Go Ahead reageerde in oktober 1921 in de Go-Ahead Revue. De Deventer vereniging bestreed de suggestie dat haar bezwaren ongegrond waren. Volgens Go Ahead waren bij de overgang omstandigheden aan het licht gekomen die aanleiding gaven tot een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de amateurbepalingen.
De vereniging stelde dat de NVB na overleg een uitgebreid onderzoek had ingesteld, zowel in Deventer als in Rotterdam. Dat onderzoek leverde volgens Go Ahead onvoldoende bewijs op om Hulsman de vereiste dispensatie te weigeren.
De rol van Albert Bakker
In de discussie werd ook de naam genoemd van Albertus Hendrikus Bakker (1887–1981), een handelsagent die in Rotterdam en andere steden werkzaam was.
Go Ahead verwees in zijn reactie naar Bakker, maar de precieze rol die hij bij de overstap zou hebben gespeeld, blijft onduidelijk. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat hij namens Feyenoord handelde.
Hulsman liet zich op 21 september 1921 in Rotterdam inschrijven op het adres Zwaerdecroonstraat 66a. Hij huurde daar een kamer bij caféhouder H.J. de Ruijter. Op hetzelfde adres woonde in de periode tussen februari 1920 en december 1921 ook Bakker.
Die gedeelde adresgeschiedenis vormt een aanwijzing dat beiden met dezelfde woonomgeving verbonden waren, maar bewijst op zichzelf niet dat sprake was van een ongeoorloofde spelersovergang.
Bronnen
Feyenoord 1921–1940, hoofdstuk 1, passages over de komst van Hulsman.
Het Vaderland, 17 september 1921, avondblad, B, p. 2.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 9 en 10 augustus 1921, ochtendblad, A, p. 1.
Officieel Orgaan van de R.V.V. Feyenoord, oktober 1921, derde jaargang, nr. 34, p. 2.
Go-Ahead Revue, oktober 1921, p. 69.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 september 1921, avondblad, A, p. 1.